|
|
|
|
Handgemaakte Pedersen fietsen met een bijzondere uitstraling. Meer weten?
|
 |
|
|
|
Mikael Pedersen
|
|

|
Mikael Pedersen, Deen (1855 tot 1929) heeft zijn sporen
verdiend als uitvinder van landbouw- en veeteelt machines. Na een succesvolle
periode in Denemarken begon hij in 1893 bij de firma Lister and Co. in
Dursley, Engeland.
Daar ontwikkelde en octrooieerde hij in 1893 zijn
jongensdroom, de revolutionaire Pedersen fiets.
Hij was tot zijn ontwerp gekomen door ontevredenheid
over de, tot die tijd bekende, fietszadels. Hij vond ze bijzonder
|
oncomfortabel. Pedersen bedacht een zadel dat je als
hangmatje zou kunnen betitelen.
Het zadel moest worden opgehangen tussen twee steunpunten;
van voren relatief star en van achteren met behulp van een aantal
spiraalveren. Om te vermijden dat er een speciaal subframe nodig zou zijn
om die twee steunpunten te verschaffen, besloot Pedersen een geheel nieuw
frame te ontwerpen dat afweek van wat tot dusver gebruikelijk was. Het
werd het een stelsel van driehoeken dat op zich voldoende stijfheid bezat
om een verbindingsstang tussen de bovenste "toppen" van het
frame overbodig te maken. Op die manier konden die toppen als de
steunpunten dienen, waartussen het "Pedersen-zadel" kon hangen.
Overigens wordt één van de zijden van de achterste driehoek gevormd door
een spandraad en niet door een framebuis; hierdoor heeft het achterste
steunpunt nog enige bewegingsvrijheid, wat tot het opvangen van schokken
als gevolg van oneffenheden in de weg bijdraagt. En oneffenheden waren er
voldoende destijds.
Een moderne Pedersen heeft geen zadel volgens het oorspronkelijke
ontwerp. Zo'n zadel vergt veel (nauwkeurig) handwerk en wordt daardoor al
gauw veel te duur voor de gemiddelde liefhebber. Maar het leren alternatief
is, dank zij de unieke ophanging, al comfortabel genoeg.
Ook de voorvork is opgebouwd uit driehoeken en is zo ontworpen dat het
sterkste punt zich daar bevindt, waar de grootste krachten optreden. Die
driehoeken zijn zowel van opzij als van voren zichtbaar: de vork bestaat
in essentie uit vier buizen, zodat er in feite acht driehoeken zijn aan
te wijzen. Het geheel is bijzonder sterk.
Het maken van "een Pedersen" is een arbeidsintensieve zaak. Het
vergt het lassen van 14, betrekkelijk dunne, buizen op 57 plaatsen om de
21 driehoeken te vormen. Daarom zijn Pedersens nooit op grote schaal
gefabriceerd. De oorspronkelijke productie stopte in 1914. Geschat wordt
dat er ongeveer 30.000 Pedersens zijn gemaakt. Sinds de jaren ’80 van de
vorige eeuw worden er door een aantal vakmensen weer Pedersens gemaakt
volgens de oude, originele tekeningen.
______________________________________________________________________
|
|
|